In Nederland hebben circa 60.000 patiënten een bocht in de wervelkolom – en er komen per jaar zo’n 1.000 patiënten bij. Idiopathische scoliose komt voornamelijk voor bij adolescenten en vaker bij meisjes. Ongeveer 0,3% van de twintigers heeft een verkromming met een bocht van meer dan 10 graden. Pas bij een bocht van meer dan 10 graden spreekt men van een scoliose. Ongeveer 10% van de patiënten met scoliose komt in aanmerking voor een conservatieve behandeling (oefentherapie en/of brace) en 0,1-0,3 % ondergaat een operatieve behandeling (Jacobs et al., 2010).
De fysiotherapeutische behandeling van scoliose op de kinderleeftijd wordt uitgevoerd door kinderfysiotherapeuten die zich hebben gespecialiseerd in de behandeling van scoliose. In de eerstelijnspraktijk kan de kinderfysiotherapeut in aanraking komen met patiënten die al langer een bestaande scoliose hebben, of met patiënten die scoliose hebben maar zich voor andere aandoeningen bij hen melden. Het is daarom van belang dat de eerstelijnsfysiotherapeut een goede basiskennis heeft van scoliose. Deze cursus biedt deze basiskennis. Daarnaast zal de huidige behandelmethodiek worden besproken. Dit doen we aan de hand van de volgende twee onderzoeken:
- In 2013 is er door de Vereniging van Scoliosepatiënten een ‘Beslisboom conservatieve scoliose therapie’ (gebaseerd op internationale richtlijnen) opgesteld, een leidraad voor zowel de patiënt als de behandelaar. Hierin is de rol van de kinderfysiotherapeut die zich richt op de oefentherapie opgenomen.
- In de clinical trial BrAIST (Bracing in Adolescent Idiopathic Scoliosis Trial), een breed opgezet onderzoek in de Verenigde Staten dat in 2013 is afgerond (Weinstein, 2013), is vastgesteld dat de behandeling met een brace effectief is. Dit onderzoek vormt een belangrijke ondersteuning in de behandelvisie gericht op de brace.